Zoeken naar de juiste balans

Met astma
Ze zien elkaar meerdere keren per jaar, maar Maarten Boon weet meer over mevrouw Bosman dan zij over hem. Al jarenlang bezoekt zij zijn BENU Apotheek in het Drentse Emmer-Compascuum voor medicijnen voor haar astmatische klachten. We zochten Maarten (31) en mevrouw Bosman (77) op om te horen hoe de twee samen werken aan haar gezondheid.

Mevrouw Bosman: ‘In 2004 was ik wat grieperig en verkouden. Maar mijn man had een belangrijke operatie aan zijn aorta, en als ik ziek werd kon de operatie niet doorgaan. Dus ik slikte iets om de grieperigheid te onderdrukken. En toen begonnen de klachten. Ik ging naar de huisarts, waar één keer per week een longverpleegkundige is. Zij deed een test en stuurde me naar de longarts. Die zei dat ik astmatische bronchitis had.’
Maarten: ‘U moest toen in een machine blazen denk ik hè? Dan berekenen ze uw longkracht. En ja, ze noemen het astma, maar er is slechts een dunne scheidslijn met COPD.’

Wat is het verschil dan tussen COPD en astma?

Maarten: ‘Astma is eigenlijk een ontsteking van je longen. En heeft vrij duidelijke prikkels waardoor je luchtwegen overdreven samentrekken en je benauwd wordt. Bijvoorbeeld airco, een allergie, verwarming of een verkoudheid. Bij astma geven we ontstekingsremmers en luchtwegverwijders. COPD is een ontsteking van de kleine blaasjes in je longen. Soms heet dit ‘emfyseem’. Die ontstekingen beschadigen je longblaasjes, en kapot is kapot. Ontstekingsremmers helpen dan niet meer. Daarom geven we in eerste instantie alleen luchtwegverwijders. Als een patiënt een paar keer een antibioticakuur heeft gehad vanwege een ‘exacerbatie’, dat is een erge uitspatting van de COPD, geven we astmamedicijnen met ontstekingsremmers. Als de erge uitspattingen wegblijven kunnen we de ontstekingsremmer afbouwen. Want die medicijnen geven je ook wel eens schimmel in de keel of een schorre stem.’
Mevrouw Bosman: ‘Ja echt wel. Ik heb een ontzettende kraakstem. Vooral als ik veel heb gepraat. En in de winter heb ik sowieso meer last van mijn klachten dan in de zomer.’
Maarten: ‘Bij dat soort winterklachten krijgen mensen dan vaak een kuur.  

Schrok u eigenlijk toen u hoorde dat u astma had?

Mevrouw Bosman: ‘Nou, eigenlijk was het wel te verwachten. Mijn moeder had ook altijd al longklachten, dus het zal wel in mijn genen zitten.’
Maarten: ‘Maar u rookte niet toch?’
Mevrouw Bosman: ‘Nóóit! Maar mijn vader rookte veel en mijn man rookte zware shag toen ik hem leerde kennen.’
Maarten: ‘Helaas heeft u dan toch van jongs af aan meegerookt. Ik vind het heel gek eigenlijk, dat er geen verbod op roken is. De effecten zijn zo duidelijk.’

Welke medicijnen gebruikte u na uw diagnose?

Mevrouw Bosman: ‘Ik begon met een salmeterol/fluticason pufje, een schijf inhalator die ik twee keer per dag nam: bij het opstaan en voor het naar bed gaan. Heel simpel. Die heb ik jaren gehad, maar toen werd ik toch zo vreselijk schor. De huisarts zei: laat die inhalator maar even twee weken staan. Toen ik na die twee weken weer begon, was ik direct weer ontzettend schor.’
Maarten: ‘Ja, als dat voorkomt moeten we op zoek naar iets anders. In overleg met een klant als mevrouw Bosman bespreken we dan andere opties en proberen die uit. In dit geval kwamen we uit op een luchtwegverwijdende puf met tiotroprium en eentje met het ontstekingsremmende ciclesonide.’

En? Bevallen die beter?

Mevrouw Bosman: ‘Nou… ik heb nu vaak een bloedneus! Dan word ik ‘s nachts benauwd wakker en snuit ik mijn neus. En dan bloed ik. Kan dat van die puffen komen?’
Maarten: ‘Oh, daar moeten we even naar kijken dan. Goed dat u het zegt. Misschien komt het door de puf met ciclesonide. Het ontstekingsremmende poeder bevat corticosteroïden. Als u die inademt komt het via het uitademen voor een klein deel een beetje in uw neus terecht. Daar wordt de huid wat dunner en dus kwetsbaarder van.’
Mevrouw Bosman: ‘Vroeger heb ik wel eens zalfje gekregen van de KNO-arts, voor het bloeden van mijn neus.’
Maarten: ‘Nou als u de zalf nog heeft liggen, kunt u gerust bij ons aan de balie vragen of u daar nog een tubetje van mag hebben. En anders moeten we samen naar een andere oplossing zoeken. Elke dag een bloedneus is natuurlijk niet de bedoeling!’

Nou, wat goed. Maarten is direct weer op de hoogte van uw klachten. Vindt u uw pufjes verder prettig?

Mevrouw Bosman: ‘Het luchtwegverwijdende pufje is wel wat lastiger in te nemen.’
Maarten: ‘Dat komt door de capsules. Een capsule inhalator kost meer inhalatiekracht dan zo’n schijf inhalator. Vaak kunnen we die capsule inhalator op een gegeven moment niet meer voorschrijven, omdat de patiënt de inhalatiekracht niet meer heeft. Dan moeten we naar iets anders op zoek.’
Mevrouw Bosman: ‘Ja soms voel ik dat het poeder in mijn keel terecht komt en dan denk ik: nu heb ik het niet goed gedaan.’
Maarten: ‘Uit onderzoek blijkt trouwens dat niemand het 100% goed doet. U moet uw hoofd iets schuin houden, en eigenlijk naar de rand van muur en plafond kijken zodat uw keel open staat. Een tijd terug hebben we met een speciaal inhalatietraject klanten uitgenodigd met de vraag: laat maar eens zien hoe u inhaleert. Want, als mensen vier, vijf maanden doen met een recept voor drie maanden klopt er natuurlijk iets niet. Eén op de negen genodigden had interesse en kwam. Sommige genodigden voelden zich beledigd, alsof wij denken dat hij of zij niet goed kan inhaleren. Maar we willen gewoon dat iedereen het meeste voordeel uit zijn medicijnen haalt.’

Hoe vaak puft u nu eigenlijk?

Mevrouw Bosman: ‘De luchtwegverwijdende één keer per dag en de ontstekingsremmende twee keer per dag. Eén keer had ik een derde puf die ik vier keer per dag moest nemen. Horendol werd ik. De huisarts had me doorgestuurd naar de longarts omdat ik na 100 meter lopen al buiten adem was. Maar vier keer per dag... veel te bont natuurlijk.’
Maarten: ‘Dat was dan een salbutamol pufje. Die werkt extra snel en moet uw longen wijder maken.’
Mevrouw Bosman: ‘Nou, volgens mij had ik er geen baat bij. Maar toen dacht ik: de rollator van mijn man staat nog in de schuur. Laat ik die eens pakken! En dat hielp. Zonder problemen liep ik zo 500 meter. Misschien vergat ik wel te ademen zonder rollator, kostte het me te veel inspanning of focus. Nu neem ik lekker de tijd.’

Dus toen heeft u de salbutamol puf weer weggelegd?

Mevrouw Bosman: ‘Ja. Wel met de arts overlegd natuurlijk toen ik merkte dat de rollator zo’n verschil maakte. Die zei: laat die inhalator dan maar links liggen. Ik moest wel even een drempel over, want met een rollator voel je je ineens ouder! Maar dat is alweer twee jaar geleden.’

En als u nu vragen heeft? Belt u dan de huisarts? Of de apotheek?

Mevrouw Bosman: ‘Wat maar makkelijker is of eerder komt. Als ik toch al naar de apotheek moet, bespreek ik het daar.’
Maarten: ‘Ook als mevrouw Bosman of een andere klant geen vragen zou hebben of contact zou zoeken, doen we af en toe een check. Een zogenaamde medicatiebeoordeling. Dat is een gesprek waarin we samen met de huisarts en de klant kijken welke medicijnen er worden gebruikt, of er misschien iets weg kan en of alle medicijnen wel goed op elkaar aansluiten.’
Mevrouw Bosman: ‘Ja want ik heb ook bloeddrukmiddelen. En had pillen voor mijn cholesterol. Maar daarmee was ik gewoon een zombie! Ik zat als een zombie in mijn stoel en wou niks meer. Nou, ‘ik moet toch ergens aan dood’ denk ik altijd maar, dus met die pillen ben ik gestopt.’
Maarten: ‘Een kwantiteit-kwaliteit afweging is altijd goed. Een combinatie van medicijnen is vaak niet 100% perfect. In je afweging als apotheker denk je zowel inhoudelijk na over de medicijnen als over wat het gebruik ervan voor de klant kan betekenen. Aan het einde van de dag wil ik met een goed gevoel naar huis kunnen en kunnen denken: ik heb alles gezien.’